|
Tweede Wereldoorlog
Oorlogsgraven
Oorlogsmonument 1940-1945

|
|
Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn veel Horstenaren en mensen die in
Horst verbleven, door oorlogsgeweld om het leven gekomen, vooral door
bommen, granaten en mijnen. De zwaarste bombardementen waren die van 12
oktober 1944 op Horst en America met 38 slachtoffers en 13 oktober op
Horst met 6 doden. Een aantal doden moest in een massagraf worden
bijgezet. Deze twintig graven zijn nog altijd herkenbaar op het kerkhof
als een lange rij, met niet-identieke stenen, houten en ijzeren kruisen.
Enkele overledenen zijn later herbegraven op een andere plek op het
kerkhof en gemakkelijk te herkennen aan de overlijdensdatum. Veel families
werden zwaar getroffen, maar de familie Geurts, twee gezinnen, toch wel
het ergste. De graftombes 50 en 164 vermelden negen namen van de familie.
Allen overleden op 12 oktober. Bijna tien procent van de bewaard gebleven
graven betreft mensen die als gevolg van oorlogshandelingen zijn overleden1.
Ook zwaar getroffen werd het huis van Peeters, waar in de kelders ook
buren een schuilplaats hadden gezocht. G.H. Peeters (1879-1955) was
slager, koopman en hotelhouder. In Horst en wijde omgeving was hij
algemeen bekend onder de naam Pieters Grad. Zijn huis in de
Steenstraat (nu nummer 16, slagerij Lambert Joosten) kreeg een voltreffer.
In dit pand was de Ortskommandantur gevestigd. Er waren op dat moment geen
Duitsers aanwezig, wel enkele Nederlanders voor het aanvragen van een pas
("Ausweis"). Ze kwamen
allen om het leven. Twee dochters van het echtpaar Peeters, de enige
kinderen, behoorden tot de slachtoffers.
Ook in de dagen erna vielen nog slachtoffers, door bommen, granaten en
mijnen. Op 23 november 1944 werd Horst tenslotte bevrijd2. |

|
 |
Oorlogsgraven
Landelijk ontstond kort na de oorlog de behoefte de herinnering aan de
oorlogsslachtoffers en hun graven levend te houden. Op 13 september 1946
werd in Den Haag de Oorlogsgravenstichting opgericht. De
voornaamste taak van deze stichting is het onderhoud van ongeveer 50.000
aanwijsbare Nederlandse oorlogsgraven, verspreid over de hele wereld.
Daarnaast zijn de namen van ongeveer 125.000 slachtoffers bekend van wie
de graven onvindbaar zijn. De bedoelde 50.000 graven zijn te vinden op
erevelden, maar ook op gewone begraafplaatsen in dorpen en steden. Op de
toegangspoorten van deze begraafplaatsen is een schild van de
Oorlogsgravenstichting aangebracht. In elke plaats heeft de stichting een
consul voor dagelijks toezicht benoemd, op voordracht van de burgemeester.
In Horst heeft de in 1998 overleden Louis Smedts deze functie jarenlang
bekleed. Elke twee jaar brengt iemand van de stichting met de consul een
bezoek aan de graven.
De in de Tweede Wereldoorlog als gevolg van oorlogshandelingen overleden
militairen en verzetsmensen zijn herbegraven - na verkregen toestemming
van de nabestaanden - op het Ereveld van de Oorlogsgravenstichting te
Loenen bij Apeldoorn. Van de begraafplaats in Horst werden overgebracht
naar Loenen: P.J. Breijers, L.J.L. Cuppen, H.J. Versteegen en F.M.L.
Vossen (grafnummers 26, 144 , 288 en 9). De grafnummers 26 en 144 zijn
onherkenbaar gemaakt, maar nog wel aanwezig, nummers 288 en 9 zijn
verwijderd.
|
|
 |
 |
Oorlogsmonument 1940-1945
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de dienst bevolking van de gemeente Horst
een lijst van alle oorlogsslachtoffers samengesteld met vermelding van
naam, leeftijd, overlijdensdatum, plaats van overlijden en laatste
woonadres. Zowel mensen die overleden waren in de eigen gemeente als (soms
ver) daar buiten, mochten niet in de vergetelheid raken. In de lijst
werden ook opgenomen de namen van Nederlanders die geen Horstenaar waren,
maar die wel waren omgekomen op het grondgebied van de gemeente Horst.
Deze lijst van oorlogsslachtoffers van de gemeente Horst telt 102 namen,
later werden nog drie namen toegevoegd3.
Op het kerkhof staat een markante, vijftig jaar oude, witgeschilderde
kapel waarop in smeedijzeren letters te lezen staat: ter gedachtenis
1940 - 1945. Dit gedenkteken werd opgericht ter herinnering aan alle
Horstenaren die tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven verloren. Hun
namen staan in twee hardstenen platen gebeiteld, ingemetseld in de
zijwanden van de open kapel. Boven het altaar hangt een houten kruis met
een keramisch corpus van de beeldhouwer Frans Timmermans, geboren 18 juni
1921 te Arcen, overleden te Maastricht 19 juli 2005.
Al snel na de oorlog werd het idee geboren te komen tot oprichting van een
blijvende herinnering aan de Horstenaren die in de Tweede Wereldoorlog
waren omgekomen. Op 13 oktober 1945, een jaar na het zwaarste bombardement
dat de gemeente Horst trof en waarbij veertig mensen werden gedood,
schreef iemand anoniem een artikel in de voorloper van De Echo van
Horst onder de titel: Wij herdenken. Hierin lezen we:
Vrijdag 12 oktober herdachten wij de dag van het bombardement, herdachten
wij de vele doden in een gezamenlijke H.Mis, opgedragen voor de
slachtoffers. (...) Wij weten hoe er plannen bestaan om een stijlvolle
kapel te bouwen op het kerkhof van Horst, waarin dan jaarlijks op de dag
van het bombardement een H.Mis wordt opgedragen voor het zieleheil van
alle oorlogsslachtoffers. De plannen zijn er, maar een comité ontbreekt
dat zich met de uitvoering wil belasten.
Het "Comité Oorlogsmonument te Horst"
kwam er, een jaar later. In de bewaard gebleven stukken in het
gemeentearchief vinden we slechts één naam, namelijk die van G.
H. Peeters, penningmeester van het comité. In het Horster weekblad
Maas- en Peelbode (voorloper van De Echo van Horst) van 23
november 1946 lezen we op de voorpagina dat er een Comité
Oorlogsslachtsoffers was opgericht dat zich ten doel stelde een blijvend
aandenken te stichten voor allen uit de gemeente Horst die in de oorlog
waren omgekomen. Het comité telde zestien leden4.
Volgens Jan Arts, het enige nog levende lid van het comité, was deken
Debye de grote stimulator van het monument.
Er werd geld ingezameld bij diverse concerten en met een
huis-aan-huiscollecte, maar de opbrengst was niet voldoende om alle kosten
te dekken, zoals na de bouw zou blijken. Op 1 februari 1947 stond in het
Horster weekblad een hoofdartikel over het monument en de
geldinzamelingen. Er was op dat moment 800 gulden bijeengebracht. Dat was
nog veel te weinig, omdat het monument werd begroot op 6000 gulden. Over
de beoogde plaats van het monument bleek de schrijver van het hiervoor
aangehaalde artikel uit 1945 goed geďnformeerd, maar hij zal zeker niet
hebben kunnen bevroeden dat er nog twee jaar voorbij zouden gaan voordat
de kapel er inderdaad zou staan. Architect ir Jules Kaijser uit Venlo
ontwierp een open kapel en aannemer Giel Martens , directeur van de Firma
Haegens & Martens, zorgde voor de uitvoering. Zijn zoon Hay herinnert zich
dat de gebruikte stenen en eiken balken afkomstig waren van de molen van
Op de Laak / Bakens, die in het begin van de oorlog door Martens was
afgebroken. Op 24 november 1947 kon pastoor-deken L. Debye het
oorlogsmonument inzegenen.
De opbrengsten van de geldinzamelingen bleken na ontvangst van alle
rekeningen lager dan de totale kosten en men kwam dus geld tekort! Het
comité besloot op 20 juni 1948 aan de gemeente te vragen om het tekort te
subsidiëren. Als bijkomend gevolg daarvan weten wij nu wat de bouw van de
kapel heeft gekost. Het comité moest nu rekening en verantwoording
afleggen. In tegenstelling tot wat de schrijver van het onderschrift bij
de foto gemaakt bij de inzegening noteerde, hadden de collectes geen
f 6000,- opgebracht, maar slechts
f 3782,94. De totale kosten bedroegen
f 4817,26 waardoor een nadelig saldo van
f 1034,32 resteerde. Het tekort werd door de
gemeente gedekt.
|
|
 |
Noten
1. Enkele graven van omgekomen Horstenaren zijn op
het kerkhof niet meer aan te geven.
Zie: H. Hesen, Th. Janssen, Vergaete dudde dát
noëjts miër,
Horst 1985.
Hesen en Janssen, 46-47.
Namen van in de gemeente Horst gesneuvelde Duitse en geallieerde
militairen werden in de lijst niet opgenomen.
De leden van het comité
waren: Pastoor-deken L. Debye, burgemeester H. Van Grunsven, dokter L.
Van de Meerendonk, G. Peeters (Horst), Jos. Aarts (Horst), Jos. Janssen
(pastoor te America), J. Janssen (pastoor te Griendtsveen), L. Van Gassel
(pastoor te Hegelsom), L. Teeuwen (pastoor te Melderslo), Sev. Tijssen
(pastoor te Meterik), Bern. Kleuskens (America), P.J. van Woezik (Griendtsveen),
Fr. Geurts (Hegelsom), M. Claassens (Melderslo), W. Janssen (hoofd der
school te Meterik) en Jan Arts (Hegelsom, vertegenwoordiger van de
Gemeenschap Oud Illlegale Werkers, G.O.I.W).
|